KORTE GESCHIEDENIS VAN DE VOORMALIGE GEMEENTE STIPHOUT,
1932-1967.


Rond 1932 telde het dorpje Stiphout + 1500 inwoners. Veel van de inwoners van deze gemeente vonden hun bestaan in het landbouwbedrijf of als fabrieksarbeider in het nabijgelegen Helmond.
De crisisjaren eisten ook hier hun tol en veel van de arbeiders raakten gedurende deze jaren werkloos en werden geconfronteerd met de werkverschaffing en de steun. Doordat in 1930 echter de "Wet regelende de financiŽle verhouding tussen het Rijk en de Gemeente" in werking was getreden en de financiŽle positie van de gemeente hierdoor iets was verbeterd, kon het gemeentebestuur de middelen die hieruit voortvloeien o.a. aanwenden voor het bestrijden van de werkloosheid.
Op grote schaal werden werklozen ingezet bij het in cultuur brengen van woeste gronden. De gemeente verstrekte haar werklozen steun in de vorm van voedselverstrekking en loon in het kader van de werkverschaffing.
De Tweede Wereldoorlog liet niet lang op zich wachten. Gedurende de oorlogsjaren kende Stiphout een relatieve vrijheid. De aandacht van de bezetter concentreerde zich meer op Helmond.
De Stiphoutse bevolking profiteerde hiervan en ontdook op grote schaal de distributiemaatregelen en legde aanzienlijke voedselvoorraden aan.
Toen in 1943 de verplichte registratie van de landbouwproductie werd ingevoerd leverde dit voor de bevolking toch meer problemen op dan men gewend was. Het antwoord was simpel. Het patronaat, waar de distributieadministratie was ondergebracht, werd in brand gestoken.
Een jaar later, op 22 september 1944, werd Stiphout door Engelse troepen bevrijd.
Na de Tweede Wereldoorlog vestigden zich vele nieuwe gezinnen binnen de gemeente. Bestond het dorp in 1959 nog uit 2000 inwoners, in 1965 was dit aantal reeds opgelopen tot 3000.
Met de komst van zoveel nieuwe "Stiphoutenaren" werd het gemeentebestuur geconfronteerd met een totaal nieuwe problematiek.
Belangrijke voorzieningen zoals de riolering, de waterleiding, de gasvoorziening en een goed wegennet ontbraken voor het grootste deel.
De aanleg van een waterleiding was wel heel urgent. In veel gezinnen putte men het water nog uit de pomp.
Het Stiphoutse gemeentebestuur, met aan het hoofd burgemeester H.J.M. van der Weiden, trad in overleg met het Helmondse college om zodoende een oplossing te vinden voor dit probleem. In 1953 ging de raad akkoord
met het Helmondse voorstel en in 1955 stroomde het eerste leidingwater uit de kraan.

De aansluiting van waterleidingen maakte echter tevens een riolering noodzakelijk. In 1961 moest 80 % van de bevolking het nog steeds niet afvoerbare, gebruikte leidingwater tweemaal per week uit de faecaliŽnput scheppen........
De uiteindelijke goedkeuring van de plannen voor de aanleg van een riolering kwam echter pas in 1967. Het was het jaar waarin de laatste moderne voorziening haar beslag kreeg. Het was tevens het jaar van annexatie.

De annexatie

Al in de vorige eeuw, in 1846, was er sprake van een plan om Stiphout in te delen bij Aarle-Rixtel. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant vonden het een goede zaak indien de gemeente Stiphout opgeheven zou worden.
Na rijp beraad van het gemeentebestuur en een aantal grondeigenaren , deelde het Stiphoutse bestuur de Staten mede dat het plan door "alle ingezetenen van Stiphout werd afgekeurd en verworpen". Het plan ging niet door.
In 1919 schreven G.S. van Noord-Brabant alle gemeenten aan en verzochten hen na te gaan of het mogelijk was zich te verenigen tot grotere gemeenten.
In Stiphout zelf besteedde men hier weinig aandacht aan. De dienst Publieke Werken van Helmond stelde echter een plan voor annexatie op. Stiphout kwam in dit plan nergens voor! G.S. deelden het Helmondse bestuur mede alleen mee te werken indien Helmond ook Mierlo-Hout en Stiphout in haar plannen opnam.
Het financieel arme Stiphout had het niet moeilijk met de zienswijze van het provinciaal bestuur. Helmond daarentegen hield in 1921 de boot af.
In 1923 verzocht de Stiphoutse raad G.S. de annexatieplannen te willen bespoedigen.
Op het eind van dit jaar kreeg de gemeente ook haar nieuwe burgemeester, dhr H.J.M. van der Weiden. Deze zou zich gedurende zijn ambtsperiode sterk maken voor een onafhankelijk Stiphout.
Toch bleken er in Stiphout ook voorstanders van de annexatie te bestaan. De raad besloot in 1927 wederom een verzoek tot G.S. te richten om annexatie met Helmond, dit vanwege de slechte financiŽle positie van de gemeente.
Toen in 1930 de nieuwe financiŽle verhoudingswet werd ingevoerd, die voor Stiphout een gunstig effect had, nam de raad met algemene stemmen het besluit om bij G.S. aan te dringen om Stiphout als zelfstandige gemeente te laten bestaan. De plannen die Helmond in 1938 indiende bij G.S. spraken wederom met geen woord over Stiphout. G.S. stelde echter voor om ook Stiphout bij Helmond te voegen.
De mening van het gemeentebestuur van Stiphout was verdeeld. Een nieuw voor-ontwerp van G.S. was in 1940 het gevolg. Doordat in 1943 de "Nederlandsche Landstand" zich mengde in de annexatie problemen en daarbij een uitgesproken tegenstander van annexatie was, werd er gedurende de bezettingstijd niet verder over deze kwestie gesproken.

Na de oorlog in 1947 kwam Stiphout zelfs met een tegenaanval! Een voorstel van B en W tot annexatie van het aan Helmond toebehorende riviertje, de Schootenscheloop en Goorloop, werd, zij het na enige discussie, met vier tegen drie stemmen aangenomen.......
In hetzelfde jaar haalt Helmond haar plannen weer uit de koelkast. Stiphout was tegen en in 1950 liep ook dit weer met een sisser af.
In de jaren 1953-1956 werd wederom een nieuw annexatieplan opgesteld.
Toen dan in 1957 Stiphouts grootste voorvechter van zelfstandigheid, burgemeester van der Weiden, stierf, leek het erop dat het doek over de gemeente zou vallen.
In dit laatste decennium laaiden de annexatie-gemoederen hoog op. Er was echter geen ontkomen meer aan.
Protestmeetings, handtekeningacties en anti-annexatiecommitťs waren niet bestand tegen de argumenten die Helmond op tafel legde.
Het aanhouden van Helmond resulteerde erin dat op 1 januari 1968 de gemeente Stiphout officieel ophield te bestaan.
Helmond zag haar gebied uitgebreid met het dorp, de bossen, de heide, de vennen ťn de Oude Toren..